Andrus Kivirähk: De man die de taal van de slangen sprak (leesclub Halle, verslag van Sonja Van Cutsem)

‘De man die de taal van de slangen sprak’ is een bijzonder boek en wel om verschillende redenen.
Het boek verscheen in 2007 in Estland, een land met een grote leescultuur. In Estland vind je hele mooie boekenwinkels met telkens een Russische, een Estse en Finse afdeling.
Kivirähk beoefent vele genres: hij schreef kinderboeken, romans, kortverhalen…
Het boek kende veel succes in het chauvinistische Frankrijk waar het een literaire prijs won. Niet verwonderlijk: de Fransen konden zich hoogst waarschijnlijk goed kon inleven in het belang van de taal, een van de vele thema’s in het boek.

Samenvatting

Ergens tussen fantasy en sciencefiction bestaat een nóg aangrijpendere allegorische manier van schrijven: die van Andrus Kivirähk. In ‘De man die de taal van de slangen sprak’ weet Kivirähk de ongeschreven grenzen van de gevestigde genres te verbuigen en een geheel eigen invulling te geven. In deze literaire fantasie, gebaseerd op eeuwenoude Estlandse folklore, voert Kivirähk de lezer mee naar de wereld van de woudmensen, waarin absurdistische personages die dicht bij de natuur staan vertoeven. Kivirähk beschrijft met een gezonde dosis zwarte humor een verzonnen verleden, dat symbool staat voor onze huidige samenleving. Het verhaal vormt een maatschappelijke allegorie over het vervallen van traditie en identiteit, het vervagen van de eeuwen en het verdwijnen van werelden.

Recensie

Dit boek is moeilijk in een genre te plaatsen. Het is noch een roman, noch een geschiedschrijving. De term ‘tragisch sprookje’ benadert de werkelijkheid nog het meest en dan in de trant van Tolkien, maar wel met een serieuze doelstelling. Hoofdpersoon is een jongen die als een van de laatsten de taal van de slangen nog spreekt. Hij woont in de vroege middeleeuwen met zijn kleine familie in een bos ergens in de Baltische staten. Zij worden geminacht door de overige dorpsbewoners die inmiddels naar de stad zijn getrokken, nadat ze door ridders met ijzeren wapens waren overwonnen. Daar zijn ze het contact met de natuur kwijtgeraakt. De jongen leert de slangentaal en kan met behulp daarvan met dieren praten. Zijn doel is om de mythische Oerkikker te vinden en tot leven te wekken. Die zou de oude toestand kunnen herstellen. Het boek is in feite een uiting van verzet tegen onze huidige geautomatiseerde en ontmenselijkte cultuur en zet absoluut tot denken aan. De schrijfstijl is zeer persoonlijk en spreekt de lezer of wèl of geheel niet aan. A.P.G. Spamer – (bol.com)

De belangrijkste personages

-Leemet
-Zijn moeder Linda, zus Salme en oom Vootele
-Hiie en haar ouders
-Ints, de slang en Bolke de beer
-De druïde Ülgas
-Grootvader
-De oerkikker

Een paar indrukken hoe onze leeskringleden het boek ervaren hebben:

-Geen pageturner
-Taal soms te eenvoudig, voor adolescenten?
-Boek met hoogtes en laagtes en soms langdradig
-Je moet in de sfeer kunnen komen en dan ervaar je het als iets magisch – fantastisch
-In het begin een wondere wereld met een gruwelijk einde waarin dieren een grote rol spelen
-Eigenaardig en fantasierijk met de tegenstellingen natuur – dorp
-In het begin moeilijk maar nadien groeit de appreciatie als men weet dat de verhaalcultuur in het Noorden zeer sterk is. Het gaat over de keuzes van het hoofdpersonage: wat hij ook beslist, alles lijkt verkeerd af te lopen.
-Vuurwerk! Veel plezier beleefd.
-Gelezen omwille van de thema’s : vriendschap, verlies van mensen en natuur, eenzaamheid
-Verrassende wendingen, zowel humoristisch als triest.
-Zonderling boek, pessimistisch: een tragisch sprookje.
-Kon zich moeilijk inleven in de fantasiewereld van de personages
-Stemt tot nadenken maar toch humorvol.

Onze bespreking

De man die de taal van de slangen sprak‘ is een volwassenwordingsroman.
Een van de hoofdthema’s is : In hoeverre moet je meegaan met tradities, met nieuwe dingen?
Het verhaal speelt zich afwisselend af in het bos, dat staat voor tradities en een vrij leven en het dorp , waar men zich in slavernij afbeult. Het is een allegorie over een wereld die voortdurend in verandering is, waarbij een deel van de personages zich vastklampt aan tradities en een ander deel meegaat in de veranderingen. Het hoofdpersonage Leemet zit zelf op een kantelpunt: hij kent beide werelden, hij is kritisch en is het beu om in alles de laatste te zijn. Hij berust als het ware. Het contact met de natuur is verloren (beeld van de slangentaal). In het dorp is men vergeten hoe men met de natuur moet omgaan. Leemet bekijkt de wereld, het dorp in iedere levensfase op een andere manier. Hierdoor komen er vaak herhalingen voor, waardoor het boek wat te lang uitgesponnen lijkt.

Het boek is een soort aanklacht van de auteur: wat hebben ze ons toch allemaal wijsgemaakt? In beide situaties ligt de godsdienst aan de basis van wat er fout loopt. In het bos is er de doorgedraaide druïde en in het dorp is er de macht van de ridders en de kerk, vertegenwoordigd door de monniken.

Thema’s
-Alleen zijn, anders zijn
-Dieren spelen een belangrijke rol
-Taal en socialisering: De slangentaal staat voor het belang van een taal. De Duitse kerstening riep weerstand op. Esten zijn zeer trots op hun taal, die meer bij het Fins aanleunt. Aanklacht tegen de Sovjetoverheersing?
-Vlucht naar de stad
-Contact met de natuur en het verlies ervan
-Dood (stank van de dood komt vaak terug, Meeme vergaat tot stof)

Is het een pessimistisch boek?

-Alles wordt in het boek op losse schroeven gezet. Sommigen vinden het een nihilistisch boek.
-Vergelijking graal / oerkikker. Niet de ring maar het zakje – gemaakt van de huid van de Oerkikker – waarin de ring bewaard werd, blijkt de sleutel te zijn om met hem in contact te komen. Misschien moeten we meer in ons zelf zoeken om de sleutel te vinden.

Citaten

-Het is niet omdat we dezelfde taal spreken dat we elkaar begrijpen.
-Het was de slangentaal in mij, die in de nieuwe wereld nutteloze en overbodige kennis geworden was, die stilletjes wegrotte en de ziekelijke, zoete geur uitwasemde. Plotseling zag ik mijn eigen toekomst met huiveringwekkende helderheid voor me : een eenzaam leven in het bos met een paar adders als enige metgezellen,…

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in bibliotheek Halle met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *