Robert Seethaler: Een heel leven (leesclub Dilbeek)

“Je kunt een man zijn uren afkopen, je kunt hem zijn dagen ontstelen of hem zijn hele leven wegroven. Maar niemand kan een man ook maar een enkel ogenblik afpakken. Zo zit dat, en laat me nu met rust!”

Biografie:
Robert Seethaler (°1966) groeide op in Wenen. Door een aangeboren oogziekte bezocht hij een basisschool voor slechtzienden. Na zijn opleiding aan de toneelschool in Wenen werkte hij mee aan tal van film- en televisieproducties en toneelvoorstellingen in Wenen, Berlijn, Stuttgart en Hamburg.Vandaag de dag woont hij in Wenen en in Berlijn-Kreuzberg. De Duitse televisiekijkers kennen hem vooral als de patholoog-anatoom Dr. Kneissler in de politieserie Ein starkes Team. Ondertussen kreeg hij ook de rol van skimonitor in ‘Yought’, de jongste film van Oscarwinnaar Paolo Sorrentino, over twee oude vrienden die in een luxeresort van een rustgevende vakantie genieten en terugblikken op hun leven.

Bibliografie:
Seethaler schreef 5 romans waarvan er tot nu toe twee in het Nederlands vertaald zijn: ‘Een heel leven’ en ‘De Weense sigarenboer’

Personages:
Andreas Egger
Hubert Kranzstock ( oom herenboer)
Marie uit het dorpscafé
firma Bitterman & Zonen
Geitenhannes
Lerares Anna

Enkele vragen:

1. Welke boekomslag verkies je? Waarom?

2. Is het volgens jou mogelijk voor de auteur om geloofwaardig de mening van een eenvoudige man over zijn leven te presenteren? De hoofdpersoon is bescheiden en leeft eenvoudig.

3. Zie je Andreas Egger als een passieve of actieve persoon? Vormt hij zijn leven of laat hij zich leven?

4. Kan Andreas Egger worden omschreven als tevreden, misschien zelfs gelukkig?

5. In een interview zei Seethaler: “Afwezigheid van tegenslag is niet genoeg om geluk te hebben. Integendeel, geluk is het terugkerende overwinnen van ongeluk. Omgekeerd betekent dit dat tegenslag noodzakelijk is om geluk te hebben.” Ben je het daarmee eens? Hoe past dit bij het hoofdpersonage van het boek?

6. In een discussie in de literaire club van de Zwitserse televisie spraken drie van de vier critici positief over het boek, maar je ziet in de figuur en de plaatsbeschrijvingen veel stereotypen: “Dit boek is Bambi, bloed en bergen. Dit boek is een lawine van kitsch.” Wat denk jij daarover?

7. Naast de beschrijvingen van de Alpen, bevat het boek ook een beschrijving van de verandering van bergdorpen naar bolwerken van skitoerisme. Hebben hun inwoners hiervan geprofiteerd? Wat hebben ze gewonnen, wat hebben ze verloren?

8. Het boek beslaat slechts 160 pagina’s. Kan Seethaler ‘een heel leven’ laten zien in dit korte verhaal? Of mis je iets?

9. Bespreek de stijl van het boek. Worden lange zinnen gebruikt, complexe woorden? Of is het boek eerder geschreven in een eenvoudige, eenvoudige stijl? Past deze taalstijl?

10. Past de titel van het boek ‘Een heel leven’’ bij de inhoud? Kan de auteur wel over een ‘heel leven’ schrijven?

Citaten:

54. Het is toch wat, dat verrekte sterven,’ zei hij. ‘Mettertijd wordt alles gewoon steeds minder. Bij de een gaat het snel, bij de ander kan het een tijdje duren. Vanaf je geboorte verlies je het ene na het andere: eerst een teen, dan een arm, eerst een tand, dan je gebit, eerst een herinnering, dan je hele geheugen enzovoorts, enzovoorts, tot er op een gegeven moment niets meer overblijft. Dan smijten ze je laatste restanten in een gat, gooien het dicht en klaar.’
‘En dan komt er een kou,’ zei Egger. ‘Een kou die je ziel verteert.’

119. Kennelijk zochten de mensen in de bergen iets waarvan ze dachten dat ze het lang geleden waren kwijtgeraakt. Hij kwam er nooit achter wat precies, maar hij raakte er met de jaren steeds meer van overtuigd dat de toeristen in feite niet achter hem maar achter een of ander onbekend en onverzadigbaar verlangen aan strompelden.

142. De juiste vrouw vinden is een van de moeilijkste opgaven van onze beschaving. En ieder van ons moet die volkomen alleen tot een goed einde brengen. We komen alleen op de wereld, en we sterven alleen. Maar vergeleken bij de eenzaamheid die we ervaren als we voor het eerst tegenover een mooie vrouw staan, lijken geboorte en dood welhaast maatschappelijke evenementen. In de beslissende dingen zijn we van meet af aan op onszelf aangewezen. We moeten onszelf steeds weer vragen wat we graag willen en welke kant we op willen. Met andere woorden, je moet je eigen hoofd inschakelen. En als dat je geen antwoorden geeft, moet je het je hart vragen!’

143. Zou het misschien zo kunnen zijn dat uw divanmethode niets anders doet dan de mensen van hun platgetreden maar aangename wegen af te duwen om ze een volkomen onbekend rotsig veld op te sturen, waar ze heel moeizaam hun weg moeten zoeken, terwijl ze geen flauw vermoeden hebben van hoe hij eruitziet, hoe ver hij gaat en of hij eigenlijk wel naar een doel leidt?’

205. Wie niets weet, heeft geen zorgen, dacht Franz, en terwijl het al lastig genoeg is om je moeizaam kennis eigen te maken, is het nog veel lastiger, als het niet praktisch onmogelijk is, om wat je eenmaal weet, weer te vergeten.

245. Koekeloeren doen de mensen zuiver en alleen uit kwaadaardigheid. Maar omdat kwaadaardigheid niet alleen nieuwsgierig maar ook blind maakt, zien ze alleen wat ze willen zien!

Interview van Peter De Rijk met Robert Seethaler (www.tzum.be)

‘Het snijwerk gebeurt in mijn hoofd’

De Oostenrijkse auteur Robert Seethaler (1966) heeft inmiddels twee bestsellers geschreven. De Duitse boekhandel verkoos hem tot auteur van het jaar. De roman Der Trafikant (2012) was zijn doorbraak. Met Een heel leven (2015) prolongeert hij zijn succes. Het boek beschrijft het leven van Andreas Egger, een boerenknecht die de eerste kabelbaan in zijn omgeving aanlegt. Alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog verlaat hij het dal waar hij is opgegroeid. Marie, zijn grote liefde, is slechts een korte fase in zijn lange leven. Toch blijf je dit ‘eenvoudige leven’ ademloos lezen.

Heerlijk om eens een boek te lezen dat niet dik is.

Belangrijker dan schrijven is het niet-schrijven. Mijn vader is houtsnijder. Ook bij hem gaat het om de vraag wat blijft en of iets weg moet.

Kun je dit boek als de beschrijving van eenvoudig leven zien?

De werktitel van dit boek was: Een eenvoudig verhaal. Maar die titel was al door Péter Esterházy gebruikt. In Een heel levendraait het om emoties. Ik kan de wereld niet op een intellectuele wijze begrijpen. Ik kan mij er slechts in verplaatsen en erover schrijven. Meer is het niet. Er zijn meer boeken in Oostenrijk geschreven die over ‘het eenvoudige leven’ gaan. Met het begrip heimat-roman moet je altijd voorzichtig zijn. Men verwisselt herkomst en heimat vaak met elkaar. Daar waar je vandaan komt is alles begonnen. De bergen, de natuur, het wordt te vaak geromantiseerd. Het leven in de bergen was indertijd hard.

Het lijkt wel alsof u in dit boek nog scherper bent gaan schrijven dan in uw vorige roman Der Trafikant.

Inderdaad, ik heb geprobeerd nog dieper te snijden. Der Trafikant was nog zo’n echte schelmenroman. In Een heel leven heb ik geprobeerd alleen het hoognodige op te schrijven. Ik ben niet zo van de taal. De taal is niet mijn metier. Daarom vergelijk ik steeds alles met houtsnijden. Omdat je dat kent.

De Tweede Wereldoorlog beslaat slechts één alinea in het boek.

Wat mij vaak aangrijpt zijn oude mensen die op hun leven terugkijken. Wat was en wat er van over is gebleven. ‘In 1945 was het oorlog en is mijn broer gestorven, en toen heb ik ook mijn moeder aan tuberculose verloren en toen, dat kan ik mij nog goed herinneren, kwam een hond het erf op en die heeft daar in de hoek gepiest.’ Heel grote, belangrijke zaken staan dan naast de heel kleine… Het zijn slechts herinneringen, en fantasie, en het een kan niet zonder het ander.

Waar kwam het idee voor dit boek vandaan?

Als ik heel eerlijk ben, ik heb geen idee. Ik weet het niet. Het is niet zo dat ik Andreas Egger kende. Een geschiedenis als deze ontstaat uit zoveel invloeden… En het is ook niet belangrijk. Ik ben een Oostenrijker en heb dus iets met bergen. Ik wilde een man in die bergen plaatsen. De bergen, die archaïsche wereld. Als kind heb ik ze als iets prachtigs ervaren. Maar ook als iets afschrikwekkends. Wellicht dat het boek daardoor iets van een sage heeft gekregen.

Bergen lijken bij u ook levende organismen.

Voor mij is dat ook zo. Bergen bevatten een vorm van leven waarvan wij nog niet weten. Maar je kunt er ook de dood vinden. Belangrijk is ook het geïsoleerde van een dal. En zelfs die microwereld kan kleiner worden. Neem de grotwoning waarin Egger tegen het einde van zijn leven belandt. En toch had hij de wens altijd hoger te gaan, om verder te kunnen kijken. De wijdte, dat was zijn passie.

Had Andreas Egger geen keuze in zijn leven?

Hij wordt door het noodlot gedreven. Ook ónze zogenaamde vrijheid tot kiezen is schijn. De existentiële dingen kunnen wij niet beïnvloeden. We kunnen beiden morgen dood zijn. Of verliefd worden.

Ook de dood is belangrijk in Een heel leven.

Ik wilde een boek over de dood schrijven, maar je kunt daar geen boek over schrijven. We weten niet wat de dood is. We kunnen slechts over het sterven schrijven. En sterven beschrijven, betekent het leven beschrijven. De dood laat zich niet beschrijven. Egger neemt het leven zoals het is. Hij berust erin, en tegelijkertijd vecht hij om te overleven. Voor zijn liefde, tegen het lot. Maar het lot beslist. Hij accepteert dat en probeert het vervolgens te vormen met de weinige middelen die hem ter beschikking staan.

Hoe is het voor u als schrijver om hem dit aan te doen? U laat zijn vrouw sterven.

Het was de uitgangspositie voor dit boek. Ik wilde het leven van een man in de bergen beschrijven, die zijn vrouw verliest, meer wist ik niet… En wat hem overkomt is vreselijk. Ook voor mij als auteur. Je moet het bedenken, invoelen. En ik wilde ook duidelijk maken dat verder leven mogelijk was.

Maar wat voor een leven…

Dat is de vraag. Ook zo’n leven kun je aanvaarden. Eerst is hij zeven jaar depressief. Hij valt in een zwart gat. Als hij terugkijkt, lijkt het hem kort.

Naast zijn leven schetst u hoe de wereld verandert, moderniseert.

Het is belangrijk voor het verhaal. Net als de verkeerde interpretatie van oude tijden en de schoonheid van de natuur. Het moderne brengt niet alleen lawaai, domheid en idiote genoegens, het geeft ook verzorging en licht. Andreas Egger begrijpt, zelfs op hoge leeftijd, dat het toerisme voor hem een uitkomst is omdat het hem een vast inkomen levert. De toerist staat voor de mens die niet weet wat hij zoekt. Overal op de wereld rent men rond op zoek naar iets. Maar naar wat? De mensen staan zo ver van hun passies dat ze die niet meer kunnen benoemen.

Waarom probeert Andreas met een bus het dal uit te komen?

Eén keer wil hij aan zijn verlangen toegeven. Die zucht naar dat wat ‘ver’ ligt. Hij rijdt met de bus tot het eindpunt. Zodra hij er is, gaat hij terug naar huis. Net als televisie schijnt het hem persoonlijk niet aan te gaan. Vroeger had televisiekijken iets van rond de open haard zitten. Het was een sociaal gebeuren. Nu is het autistisch. Een kleine wereld met beelden die aan je voorbij trekt.

Waarom komt Andreas als een sprakeloze vreemdeling, in het dal aan? Net als een Kaspar Hauser?

Ik heb daar niet over nagedacht. Het moest zo zijn. Hij wordt de wereld in geworpen. Wat er ook speelt, en dat weet ik uit eigen ervaring, je kunt ondanks grote tegenslagen toch goed terechtkomen. Wat Kaspar Hauser betreft: het fascineert mij dat hij vanuit het niets in de wereld verschijnt. Als een buitenaards wezen, naakt, de wereld betreedt. En dan zijn weg gaat.

Schreef u een dun boek om aan te tonen dat je voor een heel leven niet veel pagina’s nodig hebt?

Ik wilde niets bewijzen. Ik schrijf intuïtief, let echter wel op de spanningsboog. Dit boek had niet meer dan honderdzestig pagina’s in zich. Ik doe niets anders dan beelden opschrijven. Meer is het niet. Het is geen verhaal dat ik van tevoren uitdenk. In het kleine kun je het grote laten zien. De grootste gevoelens zijn juist de eenvoudige emoties. Angst, woede, geluk…

Hoeveel werd er van het oorspronkelijke manuscript geschrapt?

Het snijwerk gebeurt in mijn hoofd. Maar ik moet ervoor waken niet te veel te gaan schrappen. Liefst schrijf ik daarom lineair. Ook Der Trafikant zit zo in elkaar. Eerst komt de eerste zin. Dan de tweede. Ik begin met niets, alleen die eerste scène. Ik wist: man in de bergen zal zijn vrouw verliezen en in de bergen sterven. En ook dat hij aan de aanleg van kabelbanen zou werken. Dat hij naar Rusland zou gaan, wist ik niet. Later pas begreep ik dat hij op dat moment een doodswens had. Het lukt hem, godzijdank, niet. Hij zoekt de dood niet, het maakt hem niets meer uit. Andreas denkt over de dingen niet al te diep en te lang na. Er is werk en dat moet gedaan worden. Je moet in de diepte denken. De meeste mensen denken in de breedte. Dan fladderen hun gedachten alle kanten op en worden ze afgeleid.

Heeft u vooraf research gedaan?

Ik moest weten hoe zo’n kabelbaan in elkaar zat, wanneer ze gebouwd werden, de dikte van kabels. Alles moest kloppen. Verder is het oninteressant.

Heeft u een verklaring voor uw enorme succes?

Ik weet het niet precies. Van Een heel leven zijn, alleen al in het Duits, 160.000 exemplaren verkocht. Van Der Trafikant 200.000. Dat had ik nooit verwacht. Misschien is het een soort heimwee naar ‘het eenvoudige leven’ van zowel ouderen als jongeren. Bij iedere lezing ben ik de enige die dat soort heimwee niet heeft. Ik moet het steeds ontkrachten. Je moet zo’n klote leven niet romantiseren. Wat de mensen raakt is dat Andreas in zijn leven berust. Hij laat alles los.

En de humor, die absurdistische humor, is ook van belang.

Ik vrees dat je de enige bent die dat begrijpt. Het absurde van de werkelijkheid vind ik vaak grappig. Dat is heel belangrijk in Der Trafikant. Maar er zijn weinig mensen die de humor in beide boeken oppakken. Men neemt ze ernstig op. Terwijl ik ze zelf ontzettend grappig vind. Neem die passage waarin het verdwenen been van Geitenhannes een grote rol speelt. In Duitsland vinden ze dat verschrikkelijk. Dan valt er een dodelijke stilte.

Uw roman doet denken aan Boven is het stil van Gerbrand Bakker. Een verhaal over een boerenzoon waarin de taal van iemand met Asperger doorklinkt.

Ik heb geen Asperger, maar ben mij wel bewust van de autistische kant in mijzelf. Ook ik heb een innerlijk gordijn, ik ben nogal gesloten. Ik ken het wel. Het is haast noodzakelijk om zo’n boek te kunnen schrijven.

Ik moest aan Beckett denken, hoe het iedere keer maar verder en dieper gaat. Hoe hij in een grot eindigt. Het levert beelden op die je als metaforen ervaart.

Zo zijn ze niet bedoeld. Als jij het zo beleeft vind ik dat geweldig. Maar dat was niet mijn bedoeling. Het verhaal is het verhaal. De bergen zijn de bergen.

Bevalt u het schrijversleven in Berlijn?

Mijn zoon neemt veel tijd en aandacht in beslag. Voorheen leefde ik structuurloos, dat kan nu niet meer. Zelfs nadenken over dat wat ik schrijven wil valt mij zwaar. Het gaat nu veel langzamer. Schrijven is een kwelling. Ik haat het. Mijn computer staat in een hoek van de kamer. Een venster is mij al teveel. Liever zie ik de muur. In Oostenrijk zouden de bergen voor afleiding zorgen. Dan wil je naar buiten. Liever zit ik naar de stenen te staren.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in bibliotheek Dilbeek met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *