Knut Hamsun: Mysterieën (leeskring Dilbeek januari 2016)

mysterieënBiografie:
Knut Hamsun werd in 1859 in het noorden van Noorwegen als Knud Pedersen Hamsund geboren. Zijn jeugd was niet bepaald gelukkig: hij leefde armoedig en leed onder het huiselijk geweld van zijn oom. Hij ging nauwelijks naar school.
Maar hij las! En hij schreef! Hij wilde schrijver worden!

Hij verhuisde naar Christiania (nu Oslo) en ging twee keer tevergeefs in Amerika zijn geluk zoeken. Hij moest wachten tot op zijn 31ste om zijn eerste successen te boeken. In 1890 verscheen ‘Honger’, waarin hij zijn moeilijk leven en zoeken naar erkenning beschrijft. Het werd meteen een succes.

Hij trouwde twee keer. Zijn tweede vrouw was de actrice Marie Andersen. In dit huwelijk vond Hamsun een zekere stabiliteit. In 1920 won hij de NobeLprijs voor de Literatuur.

Toen de altijd dwarse Hamsun tijdens WOII collaboreerde, was dat een nationaal drama. Na de oorlog werd Hamsun enige tijd in een psychiatrische kliniek opgenomen om te onderzoeken of hij geen psychiatrische aandoening had, maar dat wist hij op een toch weergaloze wijze te weerleggen in zijn biografisch werk ‘Langs overwoekerde paden’ (°1949). In 1948 werd hij tot een boete van 325.000 Noorse kronen veroordeeld wegens collaboratie.
Hij stierf in 1952, werd meer dan 90 jaar. In Noorwegen wordt nog steeds gedebatteerd of zijn politiek gedrag al dan niet een gevolg was van zijn geleidelijk toenemende dementie.

Bibliografie (ZEER kleine selectie)

1890: Honger (verfilmd in 1966)
1892: Mysteriën (verfilmd in 1978)
1894: Pan
1898: Victoria (verfilmd in 2013)
1915: De ontwrichten
1917: Hoe het groeide (Hiervoor kreeg hij in 1920 de Nobelprijs van de Literatuur)
1924: Het laatste hoofdstuk
1927: Zwervers
1949: Langs overwoekerende paden

Daarnaast schreef hij ook gedichten en toneelstukken.

Personages

Johan Nagel (of Simonsen)
Minuut (Johannes Grogaard)
De assistent Reinert
Juffrouw Fredrikke (rood)
Dagny Kielland (verloofd met Luitenant Hansen)
Karlsen (dood met pennemes) “Mocht jouw staal zo scherp zijn als je laatste nee! (43)
Kleine Deense Kamma
Dokter Stenersen (liberaal)
Advokaat Hansen (socialist)
Martha Gude
De jonge student Oien
Sara,dienstmeisje hotel

Enkele vragen

1. Korte quiz om ons geheugen op te frissen:
Hoe oud is Nagel? Hoe ziet hij eruit? Welke attributen draagt hij?
Wie vraagt hij ten huwelijk?
Er wordt veel gedronken in dit verhaal. Wat vooral?
Heb je er trouwens op gelet in welke houding Nagel zijn boeken leest?
2. Wat vind je van de titel?
3. Wat vind je van het schilderij op de cover? Passend?
4. Hamsun wordt de grondlegger van de Stream of consiousness genoemd. Waar vind je voorbeelden van die stijlvorm terug?
5. De mannen onder elkaar spelen vaak met ideeënassociaties. Geef een vb.
6. Hoe worden de werkwoordsvormen gebruikt? Waarom?
7. Gebruikt Nagel bepaalde stopwoorden? Werkt dat storend? Geef vb’en.
8. P.F. Thomése schrijft nav dit boek: “Alle literatuur is autobiografisch – niet alleen vanuit het oogpunt van de schrijver, maar ook van de lezer. Deze roman gaat misschien wel meer over mij dan veel van mijn eigen werk. Het handelt over de fundamentele onbegrijpelijkheid van degene die men schijnt te moeten zijn.”
9. Mooi citaat: “Men heeft het vol bewondering over goedgeefse mensen – zoals gezegd: ik moet anders in elkaar zitten, maar ik bewonder goedgeefse mensen niet. Nee, dat doe ik niet. Wie geeft er verdorie niet liever dan te krijgen? Mag ik vragen of er één mens op aarde is die niet liever helpt in de nood dan noodlijdend te zijn?” (p. 180)
10. (p181) Nagel dacht na en zei toen: ‘Mijn argumentatie is in het kort de volgende: wat winnen we er nu eigenlijk bij -neemt u me niet kwalijk als ik dit al eens eerder heb gevraagd- wat winnen we er nu eigenlijk bij als we het leven van alle poezie, alle dromen, alle mooie mystiek, alle leugen beroven? Wat is de waarheid – weet u dat? We bewegen ons immers slechts voorwaarts via symbolen en die symbolen vervangen we door andere naarmate we vooruitkomen. Laten we trouwens onze glazen niet vergeten!” Waarom plaatst Nagel de leugen naast de mystiek, de dromen, de poëzie? Welke rol speelt de leugen in dit verhaal?
11. Hoe denkt Nagel over de mens in het algemeen? En over zichzelf?
12. Wat denk jij eigenlijk van nagel.
13. Waarom pleegt hij zelfmoord?
14. Is dit verhaal volgens jou verouderd of niet? Verklaar!
15. Kan jij de schrijver los zien van het verhaal?

Een citaat:

“Wat stelden schrijvers nu eigenlijk voor, die verwaande kwasten die in het moderne leven zo’n macht aan zich hadden weten te trekken, wat stelden ze nuj eigenlijk voor? Uitwas, schurft op het lichaam van de maatschappij, opgeblazen en irritante baardmansen die je met fluwelen handschoenen moest aanpakken, voorzichtig en met respect, anders sprongen ze uit hun vel, want een hardhandige behandeling verdroegen ze niet!” (188)

Een recensie: Vrijdag 31 juli 2009 in NRC Handelsblad door Leonhard de Paepe

Geen duimbreed toegeven

‘Mysteriën’, voor wie zijn plek in de maatschappij nog niet gevonden heeft

Het is dit jaar 150 jaar geleden dat Nobelprijswinnaar Knut Hamsun geboren werd. Zijn heruitgegeven roman ‘Mysteriën’ spreekt nog altijd tot de verbeelding.

Op een zomeravond in juni, eind 19de eeuw wordt er in een klein stadje aan de kust van Noorwegen gevlagd. Zojuist is bekend geworden dat juffrouw Kielland, dochter van de plaatselijke dominee, zich heeft verloofd. Het dek van een passerende stoomboot biedt een uitstekende blik op het schouwspel. Een man in een opvallend geel pak met een grote fluwelen hoed komt aan wal. Hij reist met twee koffers en een vioolkist.
Knut Hamsuns roman Mysteriën (1892) is gecomponeerd rond deze merkwaardige bohémien genaamd Johan Nilsen Nagel. Het boek verscheen twee jaar na Hamsuns doorbraak Honger en behandelt het thema van de eeuwige wandelaar, de zwervende vreemdeling die zich opdringt aan een landelijke gemeenschap. Een thema dat vaker terugkeert in het werk van Hamsun (pseudoniem voor Knut Pedersen 1859-1952).
Nagel neemt zijn intrek in het plaatselijk hotel, eet zwijgend zijn maaltijden en maakt nachtelijke omzwervingen in het bos, overdag ligt hij op bed. Hij geeft zich uit voor agronoom, landbouwkundige, en verklaart te zijn gekomen om een stuk land te kopen, maar hij onderneemt niets. Hij is er gewoon. In het stadje ontstaan al snel praatjes. Bent u zakenman? Bent u bereisd? Speelt u viool? Heeft u verstand van transport? Bent u liberaal? Op alle vragen komen ontkennende antwoorden.
Nagels interesse wordt pas gewekt als hij hoort van ene Karlsen, een begaafde jongeling die, afgewezen door Dagny Kielland, de hand aan zichzelf slaat. Over deze ‘kwestie’ hoort hij de dorpsgek Minuut uit, met wie hij bevriend raakt.
Nagel besluit te blijven. Bij bewoners van alle rangen en standen klopt hij aan voor een praatje. Hij haalt doorlopend twijfelachtige herinneringen op of vertelt over zijn dromen. Soms geeft hij zich over aan een ‘monologue interieur’ waarin hij hierover reflecteert. Door deze techniek kan Hamsun doordringen tot de diepste zieleroerselen van zijn hoofdpersoon. Daarin slaagt hij zo goed, dat hij vaak in één adem genoemd wordt met de Weense schrijver Arthur Schnitzler, en gezamenlijk werden ze door Freud zijn ‘psychische tweeling’ genoemd.

Autobiografisch

Net als in Honger moest de hoofdpersoon geen ‘type’ zijn maar ‘een individu’, een overgevoelig mens waarvan Hamsun de ‘psychofysische’ uitingen tot in het kleinste detail onder woorden wilde brengen. Dit vereiste een nieuwe stijl: associatief, suggestief en expressief. Honger is, anders dan Mysteriën, autobiografisch. De ik-figuur beziet zijn hongerdelirium en zijn wanhopige pogingen om als schrijver te leven afstandelijk, met galgenhumor, maar ook betrokken, in de ban van wisselende gemoedstoestanden. In beide boeken is het een meisjesfiguur (juffrouw Kielland in Mysteriën, Ylajali in Honger) die de hoofdpersoon buiten zichzelf brengt.
Uit de brieven die Hamsuns zoon Tore publiceerde, blijkt dat Hamsun soms hele hoofdstukken van zijn boeken – in dit geval hoofdstuk twee van Honger – niet beschouwde als een romanhoofdstuk maar als een analyse. De verwevenheid van het werk en de kunstenaar is bij Hamsun sterk. Als buitenstaander begonnen en geëindigd, schreef Hamsun over buitenstaanders, al dan niet zoekend naar hun plek in de maatschappij, maar zonder te buigen voor de absurde maatschappelijke orde.
Evenals Hamsun is Nagel in Mysteriën niet uit op status of rijkdom. Hij blijft voor de gemeenschap een mysterie. Zijn enige interesse is zijn niet aflatende verwondering voor mensen los van hun maatschappelijke positie: ‘De wereld zegt dat die en die verstandige man en vrouw zoiets nooit zouden doen en daaruit volgt dat het waanzin is het wel te doen. […] De wereld weet niets, neemt alleen als gegeven aan.’
Nagel weigert een sociale rol aan te nemen. Hij wil zijn overtuigingen niet baseren op de mening van de goegemeente. Niet napraten, maar nadenken. Op een feestje laat Hamsun Nagel uitleggen wat een groot man is in de vorm van een keuze: ‘Als ik u de keuze geef tussen bijvoorbeeld Leo Tolstoj, Jezus Christus en Immanuel Kant, dan moet u goed nadenken voordat u de juiste kiest. […] Volgens mij is niet hij de grootste die het best iets aan de man heeft kunnen brengen, ook al veroorzaakt hij altijd de meeste soesa in de wereld. Nee, de stem van mijn bloed zegt dat hij de grootste is die de meest fundamentele waarde aan het bestaan heeft toegevoegd, de meest positieve profijt.’
Twee zaken zijn van belang in deze sleutelpassage. De keuze die Hamsun hier bij monde van Nagel aan de lezer voorlegt is de keuze tussen het schone (Tolstoj), het goede (Jezus) en het ware (Kant). En dwars tegen de gewoonte van de tijdsgeest in kiest hij voor het goede. Dus niet voor ‘voor de eeuwige waarheid van Kant die de mysteriën van het bestaan juist teniet deed met zijn rationele kentheorie en niet voor warhoofd’ Tolstoj met zijn ‘maatschappelijke praatjes’.
Ook van belang is dat hij de grootsheid van de Grote Man scheidt van wereldlijk succes. ‘Nee, ik heb überhaupt geen hoge pet op van het vermogen iets aan de man te brengen, te colporteren, dat puur formele talent altijd goed gebekt te zijn.’

Slim

Dit is de sleutel voor wie greep wil krijgen op zowel het personage Nagel als op Hamsun zelf. Hij was geen handelaar, iemand die verlangens van mensen kan richten, om er zelf beter van te worden. Zo iemand is slim maar niet groot. De werkelijk grote mannen verkopen niets, ze laten dingen gebeuren. De maatschappij zal het niet begrijpen, maar de maatschappij verbaast zich over alles waar geen prijskaartje aan hangt. Ook Hamsun bleef zijn critici nog lang na zijn dood verbazen. Evenals Nagel accepteerde Hamsun de sociale hiërarchie niet. Niet toen hij succes had, noch toen ieder zich van hem afkeerde.
Het lijkt niet toevallig dat juist in een tijd van crisis een schrijver als Knut Hamsun weer komt bovendrijven. Het geheim op de bodem van de roman Mysteriën is het inzicht dat ieder mens duizend keer meer is dan zijn of haar maatschappelijke functie. Daarom heet het boek Mysteriën en niet ‘Mysterie’.
Daarom ook is Hamsun vooral een schrijver voor jonge mensen die hun plek in de maatschappij nog niet gevonden hebben. Voor hen gaat er een verbeten troost uit van zijn proza. In een ‘monologue intérieur’ tegen het einde van het boek is het dan ook evenzeer de schrijver als Nagel die aan aan het woord is: ‘Ik zet mijn tanden op elkaar en blijf erbij omdat ik gelijk heb: ik blijf als enige helemaal in mijn eentje pal tegenover de hele wereld staan zonder ooit toe te geven; soms, op bepaalde momenten, vermoed ik het eindeloze verband tussen bepaalde dingen. En ik heb er steeds iets aan toe te voegen wat ik vergeten was, ik geef geen duimbreed toe.’

‘Nu is er niemand zoals ik. Helaas. Goddank’

Hamsun koos – zoals veel kunstenaars – al vroeg voor Hitler. Hij maakte deze keuze omdat hij meende dat hij zo koos voor de zuiverheid van de natuur en het boerenleven, voor mannelijkheid en moederschap. Voor (heldhaftig) leven en niet voor de vrije markt die alle waarde reduceert tot marktwaarde. Een maand na Hitlers zelfmoord plaatste Hamsun een rouwadvertentie in de Oslose krant Afterposten waarin hij Hitler beschreef als ‘een strijder voor de mensheid, een profeet van rechtvaardigheid die het podium betrad in een tijd van ongekende barbarij die zijn ondergang betekende’. Er was geen ontwikkelde Noor die niet had kunnen raden dat de schrijver van dit schokkende stuk Knut Hamsun, de onbetwiste leider van de avant-gardistische literatuur, was.
Hamsun werd onderworpen aan een psychologisch onderzoek. In hun eindoordeel toonden de deskundigen zich content over de ‘absolute eerlijkheid’ van hun zesentachtigjarige ‘patiënt’. Hun oordeel luidde dat de geestelijke vermogens van de patiënt blijvend waren verzwakt. Dit politieke oordeel voorkwam dat de autoriteiten een strafzaak tegen hem moesten aanspannen. Hamsuns zichtbare kalmte tijdens de civiele rechtszaak en zijn samenhangende antwoorden weerspreken die conclusie. In Langs overwoekerde paden neemt de dan negentigjarige Hamsun bovendien de verantwoordelijkheid voor zijn overtuiging volledig op zich en hij bewijst nog te kunnen schrijven.
Collega-schrijvers distantieerden zich van Hamsun. Hijzelf concludeerde: ‘Eens was ik net zo als mijn kameraden. Zij hebben gelijke tred gehouden met de tijd, en ik niet. Nu is er niemand zoals ik. Helaas. Goddank.’

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in bibliotheek Dilbeek met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *