Herta Müller: Ademschommel (werkbladen leesgroep Dilbeek feb 2016)

ademschommelBiografie:
Toen Herta Müller in 2009 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg, was de eerste reactie bij velen: “Herta wie?” Velen hadden nog nooit van dat Duitse boerenmeisje uit Roemenië gehoord. Nochtans was zij al geruime tijd een ‘geheimtip’ bij menig literatuurliefhebber.
Herta Müller (°1953) behoorde tot de Duitse minderheid in Roemenië. Aanvankelijk koos Rusland in de Tweede Wereldoorlog de kant van Duitsland en gingen veel van haar dorpsgenoten voor Hitler vechten. Tot Hilter zelf Rusland binnenviel. Na de oorlog werd die Duitse minderheid voor hun oorlogsverleden hard aangepakt. Velen werden naar werkkampen gebracht om er zogezegd ‘heropgevoed te worden’. De moeder van Herta Müller bracht vijf jaar in zo’n kamp door. Haar vader, een vrachtwagenchauffeur die tijdens de oorlog bij de SS diende, gaf zich over aan de drank. Thuis werd er nooit over het verleden gesproken, maar uit elk detail kon je afleiden wat er achter verborgen zat.
De onderdrukte sfeer hield hier niet op. Herta ging Duitse en Roemeense literatuur studeren en vond werk als vertaalster in een fabriek. Ze verliet het platteland voor de stad. Daar leerde ze de dictatuur van Nicolae Ceaucescu kennen. Toen Herta weigerde om voor de geheime dienst Securitate te werken, werd ze onslagen. Ze emigreerde in 1987 naar Berlijn, waar ze nog altijd woont.

Bibliografie

Ademschommel: januari 1945. De Duitse Roemeen Leopold Auberg wordt na de Tweede Wereldoorlog als zeventienjarige in een veewagen naar de Russische steppe afgevoerd en komt vijf jaar later getraumatiseerd terug. De ervaring bepaalt zijn verdere leven.

Hartedier: Een groep vrienden in het Roemenië van Ceaucescu probeert zich aan het klemmende juk te ontworstelen. Ze lezen verboden boeken, maken foto’s van wantoestanden in slachthuizen, … Maar de geheime dienst drijft hen in een hoek…

Vandaag was ik mezelf liever niet tegengekomen: Een jonge vrouw moet zich melden bij de Securitate, de Roemeense geheime dienst…

Lage streken (verhalen): haar eerste verzameling autobiografische vertellingen.

De koning buigt, de koning moordt (essays): over het schrijverschap

De rokkenjager en diens bijdehante tante (collagegedichten)

Barrevoetse februari (verhalen), autobiografisch geïnspireerd
Niet de meest vrolijke onderwerpen, maar het taalgebruik geeft de lezer wel een goed gevoel. Dat is trouwens ook wat taal met Herta Müller doet: mooie dingen zien die er niet zijn. Taal is wat Herta Müller recht houdt.

Personages:

Ik, Leopold Auburg
Trudi Pelikan
Tur Prikulitsch
Bea Zakel
kapper Oswald Enyeter
Karli Halmen (compagnon op vrachtwagen)
Albert Gion (compagnon in slakkelder)
Kati-de-planton
Fenja die brood uitdeelt

Enkele vragen

1.Het eerste hoofdstuk heeft de titel ‘Over het inpakken van een koffer’. Wat leren we over de verteller en waarom is dit belangrijk?
2.In datzelfde hoofdstuk maken we ook kennis met een apart woordgebruik, zoals ‘het schaap van het zwijgen’, ‘onnozeldapper’. Ook de titel is een apart woord. Wat vind je van dit taalgebruik? Andere voorbeelden?
3.Verklaar de titel.
4.Het boek had misschien ook ‘hongerengel’ als titel kunnen hebben. Of een ander woord. Een idee?
5.Eén belangrijke zin komt gedurende heel het verhaal door. Welke?
6.Waarom wordt er nauwelijks aan vluchten gedacht?
7.In hoeverre kan je nog spreken over rechtvaardigheid in het kamp? In hoeverre kan je de dwangarbeiders veroordelen?
8.In het hoofdstuk ‘Over de hongerengel’ staat: ‘Nooit meer ben ik zo beslist tegen de dood geweest als tijdens die vijf kampjaren’. Verklaar.
9.In het hoofdstuk ‘De goedgelovige en de sceptische flacon’ staat: ‘Waren naar huis gaan en hier blijven eigenlijk nog wel tegestellingen.’ Verklaar.
10.Wat is de MINKOKOWSKI-draad?
11.Hoe is de opbouw van het verhaal?
12.Ik neem hier één hoofdstuk integraal over. Zie hieronder. Verklaar.

Toen ik de veloverbeentijd en de reddingsruil achter mij – toen ik balletki, contant geld, te eten, nieuw vlees op mijn huis en nieuwe kleren in een nieuwe koffer voor me had, kwam de ondraaglijke vrijlating. Voor alle vijf de kampjaren kan ik nu vijf dingen zeggen:
1 schep = 1 gram brood.
Het nulpunt in het onzegbare.
De reddingsruil is een gast van gene zijde.
Het kamp-wij is een enkelvoud.
De omvang gaat diep.
Maar voor alle vijf de dingen geldt een en hetzelfde: Ze zijn zo grondig als de stilt ertussen, en niet voor getuigen.

13.In 2010, na zijn dood, blijkt Oskar Pastior, de inspirator van de roman ‘Ademschommel’ informant geweest te zijn. Zie artikel van Piet De Moor in de Knack van 17 september 2010. Lees hem hier

Recensie: een mooi artikelvan Anneriek de Jong vind je in NRCboeken van 16 oktober 2009 onder de titel ‘een druppeltje te veel geluk’. Lees hem hier

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in bibliotheek Dilbeek met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *